Sneltoetsen oefenen

Lezen is één ding, in je vingers krijgen een ander. Druk de sneltoets en kijk wat het blad doet, net als in Excel. Zes korte reeksen, elk een paar minuten.

  1. Springen door je blad

    Een lange lijst afscrollen hoeft niet. Met een pijl en de juiste toets ervoor sta je in één keer aan de rand van je gegevens.

    7 stappen
  2. Selecteren

    Slepen met de muis over honderd rijen is lastig. Hou Shift in en de selectie groeit mee met elke sprong.

    7 stappen
  3. Kopiëren, knippen en plakken

    De sneltoetsen die je het meest zal gebruiken. Ook ongedaan maken hoort erbij: proberen mag, terug kan altijd.

    7 stappen
  4. Opmaak

    Vet, cursief en onderstreept, zonder het lint. Dezelfde sneltoets nog eens zet het weer uit.

    7 stappen
  5. Invoeren en doorvoeren

    Een cel bewerken, een kolom vullen en optellen, zonder je handen van het toetsenbord te halen.

    6 stappen
  6. Filters en vensters

    Filterknoppen en het zoekvenster haal je met één sneltoets, en je sluit ze net zo snel.

    6 stappen