Excel-spiekbriefje
De functies die je het meest gebruikt, op één pagina. Werk je met een Engelstalige Excel? Dan heten de functies anders, en staat er vaak een komma tussen de argumenten in plaats van een puntkomma. Daarom zie je bij elke functie beide. Argumenten tussen [haken] mag je weglaten.
Tip: druk deze pagina af of bewaar ze als pdf.
Rekenen
Elke formule begint met =. Excel rekent machten eerst, dan * en /, dan + en -. Haakjes gaan altijd voor.
- SOM(getal1; [getal2]; …)Engels: SUM
=SOM(B2:B9)=SUM(B2:B9)Telt alle getallen in het bereik op. Tekst en lege cellen slaat het over.
Valkuil:
=B2+B3+B4werkt ook, maar een rij die je later invoegt, telt dan niet mee. Een bereik groeit wel mee.- GEMIDDELDE(getal1; [getal2]; …)Engels: AVERAGE
=GEMIDDELDE(C2:C9)=AVERAGE(C2:C9)Het gemiddelde van de getallen.
Valkuil: Een lege cel telt niet mee, een cel met 0 wel. Dat maakt het gemiddelde lager.
- MAX(getal1; [getal2]; …)
=MAX(C2:C9)Het grootste getal.
MINgeeft het kleinste.- GROOTSTE(matrix; k)Engels: LARGE
=GROOTSTE(C2:C9;2)=LARGE(C2:C9,2)Het op één na grootste getal, of het k-de grootste.
KLEINSTEdoet hetzelfde van onder.- AFRONDEN(getal; aantal_decimalen)Engels: ROUND
=AFRONDEN(B2*1,21;2)=ROUND(B2*1.21,2)Rondt af op twee cijfers na de komma.
Valkuil: Een getal met minder decimalen tonen via de opmaak rondt alleen af op het scherm. Excel rekent verder met het hele getal.
Tellen
- AANTAL(waarde1; [waarde2]; …)Engels: COUNT
=AANTAL(B2:B20)=COUNT(B2:B20)Hoeveel cellen een getal bevatten.
Valkuil: Een getal dat als tekst in de cel staat (links uitgelijnd), telt niet mee.
- AANTALARG(waarde1; [waarde2]; …)Engels: COUNTA
=AANTALARG(A2:A20)=COUNTA(A2:A20)Hoeveel cellen niet leeg zijn, met tekst of getallen.
- AANTAL.LEGE.CELLEN(bereik)Engels: COUNTBLANK
=AANTAL.LEGE.CELLEN(C2:C20)=COUNTBLANK(C2:C20)Hoeveel cellen leeg zijn.
Logica
Vergelijken doe je met =, <>, <, >, <= en >=. De uitkomst is WAAR of ONWAAR.
- ALS(logische_test; waarde_als_waar; [waarde_als_onwaar])Engels: IF
=ALS(C2>=50;"Bestellen";"Genoeg")=IF(C2>=50,"Bestellen","Genoeg")Geeft het ene of het andere, naargelang de test klopt.
Valkuil: Tekst staat tussen aanhalingstekens, getallen niet.
"50"is tekst en is voor Excel niet hetzelfde als 50.- EN(logisch1; [logisch2]; …)Engels: AND
=ALS(EN(B2>=18;C2="ja");"Toegelaten";"Nee")=IF(AND(B2>=18,C2="ja"),"Toegelaten","Nee")WAAR als alle voorwaarden kloppen.
OFis WAAR als er minstens één klopt.Valkuil:
=B2>=18 EN C2="ja"bestaat niet. De voorwaarden gaan als argumenten in de functie.- ALS.VOORWAARDEN(test1; waarde1; [test2; waarde2]; …)Engels: IFS
=ALS.VOORWAARDEN(B2>=90;"A";B2>=70;"B";WAAR;"C")=IFS(B2>=90,"A",B2>=70,"B",TRUE,"C")Meer dan twee keuzes zonder geneste
ALS. De eerste test die klopt, wint.Valkuil: Zonder een laatste test die altijd klopt (
WAAR), geeft een waarde die nergens past#N/B.- ALS.FOUT(waarde; waarde_als_fout)Engels: IFERROR
=ALS.FOUT(B2/C2;0)=IFERROR(B2/C2,0)Toont iets anders dan een foutwaarde zoals
#DEEL/0!.Valkuil: Het verbergt elke fout, ook een tikfout in je formule. Zet het er pas omheen als de formule klopt.
Tellen en optellen met voorwaarden
Een criterium staat tussen aanhalingstekens: "Gent", ">100". Met een cel erin plak je het aan elkaar: ">"&F1.
- AANTAL.ALS(bereik; criterium)Engels: COUNTIF
=AANTAL.ALS(C2:C20;">100")=COUNTIF(C2:C20,">100")Hoeveel cellen aan het criterium voldoen.
Valkuil:
">F1"zoekt naar de tekst F1. Voor de waarde in F1 schrijf je">"&F1.- SOM.ALS(bereik; criterium; [optelbereik])Engels: SUMIF
=SOM.ALS(A2:A20;"Friet";C2:C20)=SUMIF(A2:A20,"Friet",C2:C20)Telt op wat in C staat, op de rijen waar in A "Friet" staat.
- SOMMEN.ALS(optelbereik; criteriumbereik1; criterium1; …)Engels: SUMIFS
=SOMMEN.ALS(D2:D20;A2:A20;"Friet";B2:B20;">=2")=SUMIFS(D2:D20,A2:A20,"Friet",B2:B20,">=2")Optellen met meerdere voorwaarden die allemaal moeten kloppen.
Valkuil: Het optelbereik staat hier vooraan, bij
SOM.ALSachteraan. De klassieke vergissing.- AANTALLEN.ALS(criteriumbereik1; criterium1; …)Engels: COUNTIFS
=AANTALLEN.ALS(A2:A20;"Friet";C2:C20;">50")=COUNTIFS(A2:A20,"Friet",C2:C20,">50")Tellen met meerdere voorwaarden.
- GEMIDDELDE.ALS(bereik; criterium; [gemiddelde_bereik])Engels: AVERAGEIF
=GEMIDDELDE.ALS(B2:B20;"Gent";C2:C20)=AVERAGEIF(B2:B20,"Gent",C2:C20)Het gemiddelde van de rijen die voldoen.
Opzoeken
- VERT.ZOEKEN(zoekwaarde; tabelmatrix; kolomindex; [benaderen])Engels: VLOOKUP
=VERT.ZOEKEN(F2;$A$2:$C$20;3;ONWAAR)=VLOOKUP(F2,$A$2:$C$20,3,FALSE)Zoekt F2 in de eerste kolom van de tabel en geeft wat in de derde kolom staat.
Valkuil: Vergeet je het vierde argument
ONWAAR, dan zoekt Excel benaderend en krijg je soms een verkeerde rij zonder foutmelding. En zet de tabel vast met$voor je doortrekt.- X.ZOEKEN(zoekwaarde; zoeken_matrix; matrix_retourneren; [indien_niet_gevonden])Engels: XLOOKUP
=X.ZOEKEN(F2;A2:A20;C2:C20;"Onbekend")=XLOOKUP(F2,A2:A20,C2:C20,"Onbekend")Zoekt in elke richting, ook naar links, en zoekt standaard exact.
Valkuil: Bestaat pas sinds Microsoft 365 en Excel 2021.
- HORIZ.ZOEKEN(zoekwaarde; tabelmatrix; rijindex; [benaderen])Engels: HLOOKUP
=HORIZ.ZOEKEN("Maart";B1:M5;3;ONWAAR)=HLOOKUP("Maart",B1:M5,3,FALSE)Zoals
VERT.ZOEKEN, maar zoekt in de bovenste rij en geeft een waarde eronder.- VERGELIJKEN(zoekwaarde; zoeken_matrix; [criteriumtype_vergelijken])Engels: MATCH
=VERGELIJKEN(F2;A2:A20;0)=MATCH(F2,A2:A20,0)Op welke plaats in de lijst F2 staat.
Valkuil: Zonder de 0 zoekt het benaderend, net als
VERT.ZOEKENzonderONWAAR.- INDEX(matrix; rij_getal; [kolom_getal])
=INDEX(C2:C20;VERGELIJKEN(F2;A2:A20;0))De waarde op een plaats. Samen met
VERGELIJKENzoek je in elke richting.
Tekst
Tekst aan elkaar plakken doe je met &, bijvoorbeeld =A2&" "&B2.
- LINKS(tekst; [aantal_tekens])Engels: LEFT
=LINKS(A2;3)=LEFT(A2,3)De eerste drie tekens.
RECHTSneemt de laatste.- LENGTE(tekst)Engels: LEN
=LENGTE(A2)=LEN(A2)Hoeveel tekens er in de cel staan, spaties meegeteld.
- DEEL(tekst; begin_getal; aantal_tekens)Engels: MID
=DEEL(A2;VIND.SPEC(" ";A2)+1;20)=MID(A2,SEARCH(" ",A2)+1,20)Een stuk uit het midden, hier alles na de eerste spatie.
- VIND.SPEC(zoeken_tekst; in_tekst; [begin_getal])Engels: SEARCH
=VIND.SPEC("@";B2)=SEARCH("@",B2)Op welke plaats een teken staat.
Valkuil: Staat het teken er niet in, dan geeft het
#WAARDE!.- TEKST.VOOR(tekst; scheidingsteken)Engels: TEXTBEFORE
=TEKST.VOOR(B2;"@")=TEXTBEFORE(B2,"@")Alles voor het eerste @.
TEKST.NAgeeft alles erna.- TEKST.COMBINEREN(scheidingsteken; lege_negeren; tekst1; …)Engels: TEXTJOIN
=TEKST.COMBINEREN(", ";WAAR;A2:A6)=TEXTJOIN(", ",TRUE,A2:A6)Plakt een hele reeks aan elkaar, met een komma ertussen.
- SPATIES.WISSEN(tekst)Engels: TRIM
=SPATIES.WISSEN(A2)=TRIM(A2)Haalt overbodige spaties weg, vooraan, achteraan en dubbel.
- SUBSTITUEREN(tekst; oude_tekst; nieuwe_tekst)Engels: SUBSTITUTE
=SUBSTITUEREN(A2;".";",")=SUBSTITUTE(A2,".",",")Vervangt elke punt door een komma.
Datums
Een datum is een getal: het aantal dagen sinds 1 januari 1900. Daarom kan je datums van elkaar aftrekken.
- VANDAAG()Engels: TODAY
=VANDAAG()-B2=TODAY()-B2Hoeveel dagen geleden de datum in B2 was.
- DATUM(jaar; maand; dag)Engels: DATE
=DATUM(2026;12;31)=DATE(2026,12,31)Maakt een datum uit drie getallen.
Valkuil:
="31/12/2026"is tekst, geen datum. Daar kan je niet mee rekenen.- JAAR(datum)Engels: YEAR
=JAAR(B2)=YEAR(B2)Het jaar van een datum.
MAANDenDAGgeven maand en dag.- DATUMVERSCHIL(begindatum; einddatum; eenheid)Engels: DATEDIF
=DATUMVERSCHIL(B2;VANDAAG();"Y")=DATEDIF(B2,TODAY(),"Y")Hoeveel volle jaren ertussen liggen, bijvoorbeeld een leeftijd. "M" geeft maanden, "D" dagen.
Valkuil: Excel stelt deze functie niet voor terwijl je typt. Je moet ze zelf helemaal uitschrijven.
- WEEKDAG(datum; [type_getal])Engels: WEEKDAY
=WEEKDAG(B2;2)=WEEKDAY(B2,2)Met type 2 is maandag 1 en zondag 7.
Valkuil: Zonder het type begint de week op zondag.
Dynamische matrices
Deze functies vullen meerdere cellen tegelijk: ze lopen over. Staat er al iets in de weg, dan krijg je #OVERLOOP!.
- UNIEK(matrix)Engels: UNIQUE
=UNIEK(A2:A50)=UNIQUE(A2:A50)Elke waarde één keer.
- FILTER(matrix; opnemen; [indien_leeg])
=FILTER(A2:C20;C2:C20>100;"Niets")Alleen de rijen die voldoen.
- SORTEREN(matrix; [sorteerindex]; [sorteervolgorde])Engels: SORT
=SORTEREN(A2:C20;3;-1)=SORT(A2:C20,3,-1)Sorteert op de derde kolom, van groot naar klein.
- SORTEREN.OP(matrix; op_matrix1; [sorteervolgorde1]; …)Engels: SORTBY
=SORTEREN.OP(A2:A20;C2:C20;-1)=SORTBY(A2:A20,C2:C20,-1)Sorteert de namen op een andere kolom, die je niet hoeft te tonen.
- LET(naam1; waarde1; berekening)
=LET(netto;B2*C2;netto*1,21)Geeft een tussenresultaat een naam, zodat je het niet twee keer uitrekent.